Directeur van Save the Children Nederland, Pim Kraan, blikt terug op 2025 en vooruit op 2026
2025: Een jaar van schendingen en solidariteit
“2025 was een jaar waarin we ongekende uitdagingen hebben gezien voor de rechten van kinderen wereldwijd,” begint Pim Kraan. “Het respect voor internationaal recht is op veel plekken verdampt. We zien hongerende kinderen in Gaza, bombardementen op kampen in Soedan, ziekenhuizen die worden aangevallen. Wat ooit grenzen aan geweld waren, wordt nu soms met één pennenstreek terzijde geschoven.”
De terugtrekking van grote donoren, vooral de Verenigde Staten, maakte de situatie nog complexer. Pim: “Het VN-budget voor humanitaire hulp is tot een kwart teruggevallen. En ook in Europa – van Zweden tot Nederland – zien we dat ontwikkelingssamenwerking onder druk staat. Men bezuinigt op preventie, terwijl we juist moeten voorkomen dat kinderen in zulke situaties terechtkomen.”
Maar te midden van deze zware realiteit zag hij ook iets belangrijks ontstaan — iets hoopvols.
Burgers en lokale partners
“Onze onafhankelijkheid komt steeds meer van burgers,” zegt Pim. “En dat hebben we in 2025 echt gevoeld. De Rode Lijn was daar een ongelooflijk voorbeeld van. Honderdduizenden Nederlanders gingen de straat op. Donateurs, ouders, kinderen, mensen die nog nooit hadden gedemonstreerd — allemaal om te laten zien: kinderrechten zijn niet onderhandelbaar.”
Hij vertelt hoe bijzonder dat moment was: “Je loopt vooraan met een spandoek en het voelt soms eenzaam. Tot je later de dronebeelden ziet… en je beseft dat heel het centrum van Amsterdam rood kleurde. Dat grijpt je aan. Mensen zeggen: ‘Je moet nu niet zwijgen’. Dat voelt als een enorme steun.”
Ook binnen Save the Children veranderde veel. “Omdat de toegang tot gebieden als Gaza of Zuid-Syrië soms wordt afgesloten, moeten wij onze lokale partners vleugels geven. Zij spreken de taal, kennen de noden en blijven, ook als wij tijdelijk niet naar binnen kunnen. Wij zorgen voor veiligheidstraining, logistiek, financiële kanalen, en openen deuren bij regeringen en de VN. Zij zorgen voor de uitvoering. Zo hoort het.”
2026: Sneller veranderen, breder beïnvloeden
Pim ziet 2026 als een beslissend jaar: “We zullen nóg sneller moeten veranderen. De wereldorde waar ik zelf mee ben opgegroeid - Bretton-Woods instituties als het IMF en de Wereldbank - wankelt. Dus moeten we nieuwe partners zoeken, nieuwe gesprekken voeren, nieuwe manieren vinden om kinderen te beschermen.”
Waar Save the Children vroeger vooral met westerse donoren werkte, ziet Pim de horizon nu breder. “We praten nu ook met landen als Saoedi-Arabië, Egypte, Qatar, India en Bangladesh. Niet om ons uit te leveren, maar om te kijken waar we elkaar kunnen vinden in kinderrechten. Soms kan één staat die ‘het goede doet’ meer impact hebben dan tien projecten die ophouden als het geld op is.”
“We schuiven van ‘financiering ophalen’ naar ‘invloed uitoefenen’,” legt hij uit. “Onze expertise op onderwijs, veiligheid en kinderrechten geeft ons een plek aan tafels waar beslissingen worden genomen. Daar kunnen we zorgen dat kinderen worden gezien én beschermd.”
De organisatie blijft flexibel: “We hebben gezien hoe één ‘stop-work-order’ van de VS een hele humanitaire infrastructuur kan wegslaan. Daarom bouwen we systemen waarmee we partners kunnen blijven financieren — desnoods via satellietverbindingen — zodat het werk doorgaat. Want kinderen kunnen niet wachten.”
Ondanks alle onzekerheid ziet Pim iets positiefs groeien:
“Steeds meer mensen begrijpen dat kinderrechten niet links of rechts zijn. Het is iets fundamenteels. Ik zie dat draagvlak groeien, en dat geeft hoop voor 2026.”
Dank!
“Allereerst: verschrikkelijk veel dank. Zonder u redden we het niet,” zegt hij. “Wanneer we campagnes voeren over honger, over kou in Oekraïne na een bombardement, of wanneer we oproepen om te komen demonstreren voor de Rode Lijn — dan staan donateurs op. Ze zeggen: ‘Dit gaat over kinderen. Dit moeten we doen.’ Dat geeft ons kracht om door te gaan.”
Hij deelt een herinnering die hem is bijgebleven:
“Tijdens een van de demonstraties stapte iemand uit de stoet en zei: ‘Mag ik u voorstellen aan mijn blinde vader? Hij loopt voor het eerst in zijn leven mee.’ Dan voel je dat mensen je werk dragen. Dat is adembenemend.”
Pim sluit af:
“Het is soms zwaar om voorop te lopen, maar als ik zie hoeveel mensen achter ons staan, weet ik: we zijn niet alleen. Donateurs, dank u wel. U maakt dit werk mogelijk — voor kinderen die anders geen stem zouden hebben, want de wereld veranderen begint bij een kind.”