Overslaan en naar de inhoud gaan

"Een kind is geen kleine volwassene — zeker niet in oorlog" 

2 jun 2026 Algemeen

Interview met Lissy de Ridder, kinderarts en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK). 

In het oorlogsrecht wordt gesproken over burgers. Maar wie zijn dat eigenlijk? Wanneer een groot deel van de bevolking in oorlog uit kinderen bestaat, schiet dat woord tekort. Vandaag de dag leven namelijk zo’n 500 miljoen kinderen in conflictgebieden. Kinderarts Lissy de Ridder legt uit waarom kinderen in oorlog niet alleen harder worden getroffen dan volwassenen, maar ook fundamenteel anders. En waarom dat onderscheid levens bepaalt.

Waarom worden kinderen zo hard geraakt door oorlog?  

“Een kind heeft heel veel behoeften om te kunnen groeien, ontwikkelen en leren. Onder oorlogsomstandigheden zijn al die mogelijkheden er niet. Er is geen voldoende of gezonde voeding, geen veiligheid — alleen bedreiging. Door die omstandigheden kan een kind zich helemaal niet ontwikkelen en niet groeien, en dat heeft gevolgen voor het hele leven."

Als je het hebt over burgers onder oorlogsomstandigheden, maar niet specifiek over kinderen, dan doe je deze kinderen geen recht.

Wat maakt kinderen anders kwetsbaar dan volwassenen?  

“Een kind wordt zowel harder als anders getroffen door oorlog. Neem voeding: kinderen hebben niet alleen calorieën nodig, maar ook specifieke voedingsstoffen om te groeien. IJzer, bijvoorbeeld. Als een kind te weinig ijzer binnenkrijgt — wat in oorlog heel vaak voorkomt — ontstaat bloedarmoede. Met bloedarmoede kun je je niet concentreren, niet leren, niet groeien. Het brein kan zich niet ontwikkelen. En dat is maar één voorbeeld. 

Daar komt bij dat kinderen in vredestijd beschermd worden door een heel systeem: goede zorg rondom de geboorte, een hielprikscreening, een vaccinatieprogramma. Dat is er onder oorlogsomstandigheden allemaal niet. Tegelijkertijd zijn er juist veel meer risico's: slechte voeding, infecties, wormen. Aan de ene kant ben je onbeschermd, aan de andere kant zijn er veel meer gevaren. De balans slaat meteen door." 

Kinderen die de eerste 1000 dagen ondervoed zijn, hebben een verzwakt immuunsysteem. Die effecten zijn niet tijdelijk. Ze stapelen zich op en werken door.

Kunt u uitleggen wat 'accelerated harm' is — de schade die zich opstapelt bij kinderen?  

"Bij kinderen is snel sprake van opstapeling van schade, juist omdat alles tegelijk misgaat en er niets is om dat op te vangen. Geen vaccinaties, slechte voeding, infecties en geen vangnet. Dat versterkt elkaar. Kinderen die blootgesteld worden aan stof na een explosie, houden daar bijvoorbeeld later een kleinere longcapaciteit aan over. Kinderen die de eerste duizend dagen ondervoed zijn, hebben een verzwakt immuunsysteem. Die effecten zijn niet tijdelijk. Ze stapelen zich op en werken door."

hoe ziet u die doorwerking in uw eigen praktijk?  

“Ik heb regelmatig kinderen gezien die vanuit een oorlogsgebied naar Nederland zijn gekomen. Ze zijn hier in een betere en veiligere omgeving, maar de impact is nog steeds enorm. Kinderen zijn aan de ene kant heel weerbaar; maar als je ondervoed bent geweest, in een onveilige situatie hebt geleefd, infecties hebt opgelopen, dan is de balans verstoord. Dat draag je de rest van je leven bij je.

Wat we ook zien: kinderen die in oorlog zijn opgegroeid, komen later — zowel als kind als volwassene — veel vaker op de Intensive Care terecht. Ze zijn vitaal bedreigd. Dat is een rechtstreeks gevolg van wat ze op jonge leeftijd hebben meegemaakt. Dat laat zien hoe groot en hoe blijvend die impact is." 

Een kind is geen kleine volwassene. Dat geldt altijd, maar onder oorlog geldt het nog sterker.

Waarom schiet het begrip 'burger' tekort als het gaat om kinderen in oorlog?  

“Als je spreekt over burgers in het algemeen, doe je kinderen totaal geen recht. De behoeften van een kind zijn zo anders dan die van een volwassene, en een kind is zo veel kwetsbaarder, dat je daar specifiek aandacht voor moet hebben. Een kind is geen kleine volwassene. Dat geldt altijd, maar onder oorlogsomstandigheden geldt het nog sterker.

De ontwikkeling van een kind verloopt in cruciale fases. Als je die mist door gebrek aan veiligheid, voeding, of ruimte om te groeien, dan haal je dat niet later in. Dan neem je dat mee voor de rest van je leven."

Wat zou er anders moeten — van beleid tot opvang?  

“Wat vaak wordt onderschat als kinderen hier terechtkomen, is de veelheid aan problemen tegelijk. Het is een combinatie: ondervoeding, tekort aan vitamine D waardoor botten zich niet goed ontwikkelen, ijzertekort, bloedarmoede, psychische stress, mogelijk infecties. Die combinatie vraagt om specifieke aandacht.

Voor beleidsmakers is het cruciaal om te beseffen hoe kwetsbaar de ontwikkeling van een kind is. Als er onder oorlog onvoldoende veiligheid, voeding en ruimte voor ontwikkeling is, kan die schade blijvend zijn. Zo ontwikkelen je botten zich alleen als je kind bent, dat is de “botbank” voor de rest van je leven. En als we daar niet specifiek aandacht voor hebben — in het recht, in de opvang, in de zorg, in het beleid — dan geven we deze kinderen op. 

Als kinderarts wil ik die boodschap uitdragen: kinderen lopen veel meer risico's en hebben veel meer behoeften dan volwassenen.

Wat is uw boodschap?  

“Een kind onder oorlogsomstandigheden is geen kleine volwassene. De behoeften van een kind om - zelfs in de meest onveilige omstandigheden - toch op te kunnen groeien, hebben specifieke aandacht nodig. Als kinderarts wil ik die boodschap uitdragen: kinderen lopen veel meer risico's en hebben veel meer behoeften dan volwassenen. Als we dat niet erkennen in het recht en in ons beleid, laten we hen in de steek." 


Dit interview maakt deel uit van de campagne Meisje Justitia van Save the Children Nederland, die pleit voor sterkere en specifiekere bescherming van kinderen in het oorlogsrecht. Stap op voor Meisje Justitia en maak met ons kinderen de norm in het oorlogsrecht: savethechildren.nl/recht

Related Blogs