Persvoorlichter van Save the Children Helma Maas was in Syrië met onze noodhulpexpert en ambassadeur om een duidelijk boodschap over te brengen in Nederland: Syrië is een totaal verwoest land en er is meer hulp nodig. In dit blog deelt ze het verhaal van een ‘gewoon gezin’ dat een nieuw leven probeert op te bouwen in een appartementencomplex waar weinig van over is.
Fatima (39) is acht maanden zwanger. Ze woont met haar man Hassan (42) en vier kinderen in de wijk Yarmouk, een buitenwijk van Damascus. De wijk was één groot opvangkamp voor Palestijnse vluchtelingen die hiernaartoe kwamen nadat Israël in 1948 een staat werd. Nu is het een vrijwel verlaten stadsdeel. De mensen noemen het zelf een ‘spookstad’.
Tussen de compleet kapotgeschoten huizenblokken zie je her en der dat er toch mensen wonen in die kapotte appartementen. Veertien jaar oorlog heeft hier niet alleen álle huizen en infrastructuur kapotgemaakt, ook de sociale samenhang is verdwenen. Toch keren mensen terug. Het is tenslotte de plek waar ze getrouwd zijn, hun kinderen geboren zijn, kortom: het is hun thuis.
Stukken muur weggeslagen
In november 2025 bezocht Save the Children het gezin van Fatima en Hassan samen met de Syrische organisatie Violet die in de wijk Yarmouk werkt. Die organisatie krijgt hulp van Save the Children. Als we aankomen horen we dat er gisteren nog een appartementencomplex is ingestort. Niet verwonderlijk als je de enorme scheuren ziet.
We ontmoeten Fatima, Hassan en hun twee dochters van 6 en 8. De twee oudste kinderen van 16 en 18 komen pas later thuis. De familie is sinds zes maanden terug in hun appartement op de tweede verdieping. De buren van de eerste verdieping zijn er niet. Logisch, want niet alleen de ramen zijn verdwenen, maar alle kozijnen, deuren en hele grote stukken muur zijn weggeslagen. Het is een wonder dat de vloer van de tweede verdieping er nog in zit.
Zelf bouwen als er geld is
Beetje bij beetje bouwt Hassan aan het appartement. Er is alleen te weinig geld om materiaal aan te schaffen, dus hij probeert met wat gevonden zeildoeken het huis enigszins tegen regen, kou of hitte te beschermen.
Fatima, Hassan en de kinderen proberen het zo huiselijk mogelijk te maken. In de huiskamer staat een bank en twee fauteuils, een vloerkleed met daarop een salontafel gemaakt van het schuimrubber dat in matrassen zit. Aan de muur twee vogelkooitjes met zebravinken. De dekens waaronder ze slapen zijn netjes opgestapeld in de huiskamer, zodat ze iedere nacht direct uitgerold kunnen worden. De twee jongens van 18 en 16 slapen met hun zusjes van 8 en 6 en hun ouders allemaal op de grond.
Aan de wand hangt een klok met daarop twee zwart-wit pasfoto’s. Het zijn de ouders van Hassan. Aan het begin van de oorlog zijn ze gedood. Hun lichamen zijn nooit gevonden. Door wie en waarom ze ontvoerd en vermoord zijn, blijft een mysterie. Onder het vorige regime gebeurden veel gruwelijkheden die voor de inwoners van Syrië na al die jaren onopgelost blijven.
De zorgen die Fatima en Hassan nu hebben, bestaan vooral uit hoe het gezin genoeg geld kan verdienen om te kunnen eten en het huis voor de koude winter bestendig te maken. Er is maar af en toe werk.
Toch maakt het echtpaar een opgewekte indruk, blij dat ze een thuis hebben en niet langer ontheemd zijn. De oorlog dwong hen dit huis te verlaten. Niet alleen door bombardementen uit de lucht, maar tanks reden door de nauwe straten en schoten alles aan gort. Geen kind was veilig.
Baby op komst
Slechts enkele mensen keren nu terug, meestal omdat ze uit hun andere tijdelijke huisvesting gezet worden als de rechtmatige eigenaren hun huis opeisen. Dan is het volgens Fatima beter om terug te gaan naar wat je eigendom is, ook al ligt dat in puin en is het onzeker hoe lang deze muren nog overeind staan. Nu Fatima zwanger is, is het belangrijk om een veilig thuis te maken voor het gezin.”
(Van links naar rechts) Alaeddin Hanci van partnerorgnisatie Violet, Mahmoud al Basha van Save the Children Syrië, persvoorlichter Helma Maas, ambassadeur Nadia Moussaid en noodhulpexpert Juliette Verhoeven van Save the Children Nederland. Foto’s: Tess Kanters.